capitalsimhistoryGlobalisering is niet echt nieuw. Tenslotte bestaan er al eeuwenlang contacten tussen de verste uithoeken van de wereld en hebben volkeren en culturen elkaar afwisselend positief en negatief beïnvloed. Wat we nu zien is de nieuwste fase van een historisch proces van de groei en ontwikkeling van het kapitalistische wereldsysteem. Het begon al in de Late Middeleeuwen met de opkomst van het handelskapitalisme in Europa en de strijd om de handelsroutes op wereldschaal. Rond 1800 ontstond het industriële kapitalisme en tegen het begin van de 20ste eeuw waren de meeste landen min of meer in het kapitalistisch wereldsysteem opgenomen, vaak als koloniserende macht. De globalisering vandaag lijkt dus slechts de nieuwste fase: de grote multinationale ondernemingen hebben zich grondig gereorganiseerd met het oog op hun winst en hun concurrentiepositie. Dat alles op basis van de neoliberale spelregels: liberalisering, privatisering en deregulering.

  • Liberalisering is het vrijmaken van nationale markten voor vrije handel en bewegingen van goederen, diensten, personen en kapitaal. Liberalisering, nl. het wegnemen van alle belemmeringen voor de internationale handel, is het belangrijkste liberale recept om een gezonde en welvarende wereld tot stand te brengen.
  • Privatisering is het overhevelen van economische activiteit van de overheids- naar de privé-sector. De markt zal 'vanzelf' zorgen voor de beste verdeling van de beschikbare middelen volgens de behoeften van de consumenten op die markt.
  • Deregulering betekent dat de overheid minder normen en maatstaven moet vastleggen. Volgens de neoliberalen kunnen de marktkrachten de hele waaier van de nationale en internationale economie op lokaal, regionaal en mondiaal niveau reguleren.

senWat betekent dat in de praktijk?
Noodlijdende landen in het Zuiden hebben met hulp van de Wereldbank en vooral het Internationaal Monetair Fonds (IMF) flinke economische hervormingen doorgevoerd. Die moesten geld in het laatje brengen om de buitenlandse schuld van die landen af te lossen.
De recepten van het IMF waren gericht op liberalisering, privatisering en deregulering van hun economie. De derde wereldlanden moesten aantrekkelijk worden gemaakt voor buitenlandse multinationals. Staatsmonopolies werden geprivatiseerd. Invoerquota werden afgeschaft. Het wegsluizen van winsten naar het buitenland werd mogelijk. Er moest geproduceerd worden voor de export. Geld voor voedselsubsidies en sociale voorzieningen was er niet meer.

Amartya Sen (links), Nobelprijs economie 1998: “Direct of indirect, de kern van het probleem ligt bij de ongelijkheid. Dit is de echte uitdaging. Ongelijkheid tussen de verschillende staten en de ongelijkheden binnen elk land. Verschillen in rijkdom, maar ook enorme onevenwichtigheden op politiek, economisch en sociaal vlak. Cruciaal wordt de herverdeling van de voordelen van de mondialisering tussen rijke en arme landen, maar ook tussen de diverse bevolkingsgroepen binnen elk land.”

spreukWie zijn de winnaars, wie zijn de verliezers?
De nuttige effecten van de globalisering zijn grotendeels terechtgekomen bij de rijke noordelijke landen. Enkele landen uit het Zuiden - vooral in Latijns-Amerika en in het Verre Oosten - wisten mee te surfen op de golven van de economische groei. Sub-Saharaans Afrika heeft de globaliseringsboot helemaal gemist. Dat is het algemene beeld, de realiteit is echter genuanceerder. Globalisering heeft de ongelijkheid nog verscherpt. Rijken worden rijker, armen worden armer. Niet enkel op wereldniveau, maar ook binnen landen in Noord en Zuid.
vorigestapvolgendestap