overdetariefmuurheenJarenlang probeerden regeringen hun eigen producten te beschermen tegen andere (goedkopere of betere) producten. Zij maakten producten uit het buitenland door het heffen van invoerrechten duurder dan hun binnenlandse producten. Of zij verboden de invoer van buitenlandse producten. Deze bescherming van binnenlandse producten door de regering van een land noemen we protectionisme (van het Engels woord ‘protect’ voor beschermen).

Maar protectionisme benadeelt ook de eigen inwoners van een land. Stel je vindt een fiets uit Buurland mooier of beter dan uit Nederland. Je zou graag de fiets uit Buurland willen kopen, maar door de Nederlandse protectionistische maatregelen is die fiets veel te duur voor je.

Tegelijkertijd verkoopt Nederland hele goede elektrische fietsen. Iemand uit Buurland zou graag die goede elektrische fiets uit Nederland willen hebben. Maar de Buurlandse regering denkt dan: wacht even. Nederland maakt onze producten extra duur. Als tegenmaatregel maken wij de Nederlandse producten op onze beurt extra duur. Het gevolg is dat zowel de Nederlander als de Buurlander hun (elektrische) fiets niet kunnen kopen.

Als beide regeringen nu afspreken dat ze elkaars producten vrij laten, is iedereen blij. De Nederlander kan zijn Buurlandse fiets kopen. De Buurlander kan zijn Nederlandse elektrische fiets aanschaffen. 

Het gegeven dat je zonder beperkingen alle producten van over de hele wereld kunt kopen, noemen we vrije handel of vrijhandel.


Vraag
2) Een reclamespreuk uit 1933 was: ‘Koop Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar’. Leg uit waarom deze spreuk niet past bij vrijhandel. Wie help je met die spreuk wel en wie help je daarmee juist niet?
vorigestapvolgendestap