Je hebt aan de hand van algemene informatie en voorbeelden gezien hoe geld van land tot land reist, razendsnel en zonder enige hinder. Je hebt ook gezien dat geld de wereld overgaat omdat grote beleggers voortdurend zoeken naar het hoogste rendement. Ten slotte heb je gezien dat er situaties zijn waarin mensen, bedrijven en landen worden benadeeld bij dat streven naar een zo hoog mogelijk rendement.

Je gaat dit wereldwijde geldverkeer in kaart brengen d.m.v. een zogenaamde ‘conceptmap’. Niet door een landkaart te tekenen of in te kleuren, maar door verbanden te leggen tussen begrippen die je in deze opdracht bent tegengekomen. Die verbanden kunnen zijn: oorzaak en gevolg, herkomst, overeenkomst, enzovoort.


Je krijgt van je leerkracht een lijst van twintig begrippen en een leeg vel. Centraal op het vel papier plaats je de begrippen ‘internationaal geldverkeer’, ‘grote beleggers’ en ‘werkwijzen grote beleggers’. Dan plaats je de andere begrippen erbij en je trekt lijnen tussen de begrippen die op de één of andere manier verband met elkaar houden. Bij elke lijn vermeld je het soort verband dat er volgens jou bij hoort. Bijvoorbeeld: Tussen A en B trek je een lijn omdat A en B een overeenkomst met elkaar hebben of omdat B de oorzaak is van A.

Verwerk zoveel mogelijk van je kennis in de conceptmap. Laat zien wat je weet!


Klaar?


Laat je concept map beoordelen door jullie docent.

conceptmap
Twee van de mogelijke manieren om een ‘conceptmap’ te tonen
vorigestap