Het Vluchtelingenverdrag verplicht regeringen om een vluchteling die gevaar loopt asiel te verlenen. Daarbij is er één uitzondering. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag bepaalt:

Een vluchteling mag van asiel worden uitgesloten als er ernstige vermoedens bestaan dat een persoon in zijn land van herkomst zich schuldig heeft gemaakt aan een oorlogsmisdaad of een misdrijf tegen de menselijkheid.

Als artikel 1F goed wordt uitgevoerd, kan niemand daar tegen zijn. We willen toch geen oorlogsmisdadigers in Nederland?artikel1f

Toch zijn er veel problemen met de uitvoering van artikel 1F in Nederland, met name met een groep Afghanen in Nederland. Wat is er aan de hand?
Tussen 1978 en 1992 had Afghanistan een communistische regering met twee aparte veiligheidsdiensten. In 2000 heeft de Nederlandse regering bepaald in een geheim ambtsbericht dat alle onderofficieren en officieren van deze veiligheidsdiensten zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden.

Alle Afghaanse vluchtelingen worden collectief en automatisch uitgesloten van asiel als ze (onder)officier zijn geweest van een van de geheime diensten. Om toch in aanmerking te komen voor een asielverzoek moeten ze hun onschuld bewijzen. Het bewijzen van zijn onschuld is nog geen enkele Afghaan gelukt. Immers: er zijn geen betrouwbare papieren meer beschikbaar en bovendien weet niemand wat er in het geheime ambtsbericht staat.

Amnesty International, VluchtelingenWerk, UNHCR, het Afghaanse parlement en de Ambassade van Afghanistan in Nederland hebben veel kritiek op het geheime ambtsbericht. Zij hebben grote twijfel bij de juistheid van het ambtsbericht. De UNHCR heeft in een rapport van 2008 al geconcludeerd dat niet alle (onder)officieren betrokken waren bij martelpraktijken en oorlogsmisdaden.
Deze instanties hebben de Nederlandse regering gevraagd om het ambtsbericht te openbaren zodat zij kunnen controleren of het ambtsbericht klopt, maar de regering weigert dat.

De gevolgen voor deze Afghaanse vluchtelingen zijn groot. In 2014 en 2015 was er veel onrust over de uitzetting van de voormalige politieagent Amiri. Hij woont met zijn familie al ruim 18 jaar in Nederland. De hele familie kreeg de vluchtelingenstatus, maar deze werd na vier jaar voor vader Amiri weer ingetrokken op grond van het geheime ambtsbericht van 2000. Na een hoop getouwtrek is hij onder dwang uitgezet. Zie ook in het filmpje hieronder wat zijn kinderen daarover zeggen:



Vragen
4) Je kunt redeneren dat artikel 1F uit het Vluchtelingenverdrag ingaat tegen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Leg uit hoe dat zit.
5) Vind jij dat de Nederlandse regering het geheime ambtsbericht moet openbaren? Licht je antwoord toe.
vorigestapvolgendestap