In 1951 werd het Internationale Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen, beter bekend als het Vluchtelingenverdrag, door de VN aangenomen. Het verdrag definieert een vluchteling als:

“Een persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren.”

vluchtelingenverdrag nawoiiHet verdrag geeft niet alleen aan wie in aanmerking komt voor de status van vluchteling, maar ook dat aan een erkende vluchteling asiel moet worden verleend door het land waar een asielaanvraag wordt gedaan.

Iedere VN-lidstaat die dat verdrag ondertekent (en dat zijn er momenteel zo’n 150), verplicht zich om vluchtelingen uit andere landen toe te laten. Dat land mag deze mensen niet uit het land zetten of terugsturen als ze voor vervolging moeten vrezen of als ze gevaar lopen.

Het verdrag beperkt zich nog tot Europa. Het verdrag bepaalt ook de rechten van vluchtelingen uit conflictsituaties vóór 1951. Daarmee verwees men naar de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog en de communistische onderdrukking in het Oostblok.

Er kwamen steeds meer bezwaren tegen deze geografische bepaling en tegen de tijdsbepaling ‘gebeurtenissen, welke voor 1 januari 1951 hadden plaatsgevonden.’ Immers, ook buiten Europa en ook na 1950 waren er mensen op de vlucht. In 1967 werden die geografische en tijdsbeperkingen uit het verdrag verwijderd. Vanaf dat moment werd iedereen die op de vlucht sloeg uit vrees voor vervolging op grond van politieke overtuiging, ras of behoren tot een volk of sociale groep als vluchteling erkend.

niemandwordtzomaareenvluchtelingMaar vooral in Afrika was men niet tevreden. Tussen 1950 en 1970 werden meer dan dertig Afrikaanse landen onafhankelijk. Vaak ging dat gepaard met een (burger)oorlog en veel Afrikanen zagen zich genoodzaakt om op de vlucht te slaan voor het oorlogsgeweld in hun land. Niet vervolging, maar oorlogsgeweld was de belangrijkste reden waarom mensen vluchtten.

In 1969 nam de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE) het Verdrag betreffende Specifieke Aspecten van Vluchtelingenproblemen in Afrika aan, ook wel het Afrikaanse Vluchtelingenverdrag genoemd. Dit verdrag erkent ook mensen die moeten vluchten voor oorlog of ander geweld op grote schaal als vluchteling. De meeste landen -waaronder Nederland- namen die uitgebreidere omschrijving van vluchtelingen over.

Vraag
2) Het Vluchtelingenverdrag heeft 83 woorden nodig om de definiëren wie als vluchteling moet worden erkend. Wat is het sleutelwoord dat bepaalt dat een land een vluchteling niet mag weigeren of terugsturen?

vorigestapvolgendestap