ja_mageia

Introductie

eén wereldIn de VN-Arena voor aardrijkskunde komt een scala van maatschappelijke kwesties aan bod die alle in meer en een enkele keer in mindere mate een mondiale dimensie hebben: van het tegengaan van armoede, aids, artsenroof, ontbossing en vergrijzing tot het propageren van eerlijke voedselverdeling, voorzieningen voor schoon drinkwater en het aanleggen van rioleringen. Neem daarbij ook nog waarschuwingssystemen voor een tsunami en het aanleggen van zeehavens om de economie van een ontwikkelingsland te stimuleren, dan bieden we een breed scala aan aardrijkskunde-onderwerpen én een breed scala aan inspanningen van VN-organisaties.

Aardrijkskunde is géén VN-kunde. De onderwerpen die in de basis- en groepsopdrachten aan bod komen zijn ontleend aan de kerndoelen voor het vak en uit de algemene leerdoelen.

Er zijn geen aparte kerndoelen meer voor de vakken aardrijkskunde, geschiedenis en economie in het voortgezet onderwijs. De vakken worden doorgaans nog wel gescheiden gegeven, maar de kerndoelen zijn geïntegreerd in de leergebied 'mens en maatschappij'. Volgens het Expertisecentrum Aardrijkskunde zijn ook twee doelen uit het leergebied 'mens en natuur' als aardrijkskundige doelen te zien (kerndoel 30 en 31).

Van toepassing zijn hier echter met name de kerndoelen uit het leergebied 'mens en maatschappij':

36. De leerling leert betekenisvolle vragen te stellen over maatschappelijke kwesties en verschijnselen, daarover een beargumenteerd standpunt in te nemen en te verdedigen, en daarbij respectvol met kritiek om te gaan.

38. De leerling leert een eigentijds beeld van de eigen omgeving, Nederland, Europa en de wereld te gebruiken om verschijnselen en ontwikkelingen in hun omgeving te plaatsen.

39. De leerling leert een eenvoudig onderzoek uit te voeren naar een actueel maatschappelijk verschijnsel en de uitkomsten daarvan te presenteren.

41. De leerling leert de atlas als informatiebron te gebruiken en kaarten te lezen en te analyseren om zich te oriënteren, zich een beeld van een gebied te vormen of antwoorden op vragen te vinden.

42. De leerling leert in eigen ervaringen en in de eigen omgeving effecten te herkennen van keuzes op het gebied van werk en zorg, wonen en recreëren, consumeren en budgetteren, verkeer en milieu.

46. De leerling leert over de verdeling van welvaart en armoede over de wereld, hij leert de betekenis daarvan te zien voor de bevolking en het milieu, en relaties te leggen met het (eigen) leven in Nederland.