ja_mageia

Bron: eigen schuld, dikke bult

krijgsgevangenen01Nederland was na de Tweede Wereldoorlog bezaaid met mijnen. Duitse krijgsgevangenen werden gedwongen om de mijnen op te ruimen. Dat was eigenlijk tegen de regels, maar de meeste Nederlanders vonden 'eigen schuld, dikke bult'. Zij hadden die mijnen immers gelegd, dan moesten zij ze ook maar opruimen. Naast de Duitse krijgsgevangenen waren er ook enkele Nederlandse vrijwilligers die bij het ruimen van mijnen hielpen.

De 17-jarige Manfred Sobiella uit Wolfenbüttel was een van die krijgsgevangenen. Hij en zijn collega's kregen een korte opleiding van drie weken, veel te kort om het mijnenruimen goed te leren. Zij kregen ook niet de beste spullen. Zij moesten een gevonden mijn meestal met de hand uitgraven, een levensgevaarlijke klus. Er waren maar enkele mijndetectors en die waren van slechte kwaliteit. Manfred heeft verschillende krijgsgevangenen voor zijn ogen zien doodgaan als het mijnenruimen misging. In totaal zijn tweehonderd Duitse soldaten bij het mijnenruimen omgekomen.
 

mijnengevaarNa de capitulatie werden de mijnenveldenkaarten overgedragen aan de mijnenopruimingsdienst (bestaand uit Engelse en Nederlandse militairen die de Duitse gevangenen bewaakten). Een geluk bij een ongeluk was dat de Duitsers de mijnenvelden goed in kaart hadden gebracht, maar ondanks de voortreffelijke kaarten, kwamen er toch veel manfredmijnenopruimers om het leven. Hoe dat kon? De vaak nog jonge krijgsgevangenen waren niet erg gemotiveerd om een mijnenveld goed te doorzoeken. Ze wilden allemaal graag naar huis. De oorlog was voorbij en de meesten mochten naar huis, dus waarom zij niet? Hoe sneller zij klaar waren, hoe eerder zij weer naar huis konden gaan. Door de combinatie van onvoldoende opleiding, ondeugdelijk materiaal en ongemotiveerde krijgsgevangenen werden verschillende niet-geruimde mijnen over het hoofd gezien, met alle gevolgen van dien.

Op de foto hierboven: krijgsgevangene/mijnenruimer Manfred Sobiella, 65 jaar later

Tot op de dag van vandaag komen er jaarlijks tweeduizend meldingen binnen over explosieven uit de Tweede Wereldoorlg. Tussen de vijftig en vijfenzeventig van die explosieven zijn landmijnen. Complete mijnenvelden zijn er niet meer.


Zie ook: