ja_mageia

Bron: een voorbeeld van hoe het niet moet!
erosie De boeren in het buurland van Fictivia hebben hun grond verkocht aan een groot internationaal bedrijf. Dat bedrijf wil daarop grootschalige landbouwbedrijven beginnen. De landbouwmultinational wil er op grootschalige wijze maïs, katoen en soja verbouwen. De boeren die hun grond verkochten, kregen de belofte dat ze op het land mochten komen werken.

Aanvankelijk hield de multinational woord. Er was volop werk bij het inrichten en bewerken van het terrein. Er werden bomen gekapt en hekken geplaatst. De boeren bewerkten de grond, groeven waterputten en legden irrigatiesystemen aan.

Maar toen het inrichten klaar was, was er steeds minder werk. Grote landbouwmachines namen hun werk over. De multinational gebruikte machines om het land te ploegen, zaaimachines, machines om te mesten en om onkruidverdelger te strooien. Zelfs voor het oogsten werden machines ingezet.

De multinational gebruikte veel kunstmest, waardoor de planten beter groeiden maar ook het grondwater vervuild raakte. Ook bleef er steeds minder water voor de oorspronkelijke boeren over, omdat de irrigatiesystemen van de grootgrondbezitter veel water aan de bodem onttrok.

De boeren waren op gegeven moment alles kwijt: hun land en hun inkomen. Toen ze erachter kwamen dat het internationale bedrijf geen werk meer voor hen had, trokken de meesten weg naar de grote stad om daar hun geluk te beproeven. Na verloop van tijd was de bodem totaal uitgeput en vertrok het grote bedrijf. Het ging op zoek naar nieuwe landbouwgrond in andere landen.

landbouwFictivia: bij ons zal dat niet gebeuren
De boeren van Fictivia hebben lering getrokken uit wat er in hun buurland is gebeurd. Ze roepen in koor dat grote internationale landbouwbedrijven niet welkom zijn.
Nu heeft iedereen genoeg te eten. Maar van enige luxe zoals in rijke landen is geen sprake. De boeren zijn hun arme leven beu en willen graag meer verdienen door voor de export te produceren.

jonge sojaplanten

Een aantal boeren werkt de plannen uit. Ze willen een coöperatie oprichten. Ze willen hun land samenvoegen zodat er grote akkers ontstaan. Daarop willen ze afwisselend maïs en soja verbouwen. Ze hebben voor die producten gekozen omdat daar biobrandstof van gemaakt kan worden en dat levert op de wereldmarkt flink wat op. Ze willen alles van begin tot eind in eigen hand houden. Daarom willen ze zelf ook een fabriek beginnen waar biobrandstof gemaakt wordt.

Grootse plannen. Maar daarvoor is flink wat startkapitaal nodig. Ze besluiten om een aantal hulporganisaties en grote buitenlandse bedrijven aan te schrijven voor schenkingen en leningen.

sojabonenmais