ja_mageia

Bron: 4) UVRM

Artikel 3 UVRMDe Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) is een verklaring die is aangenomen door de Algemene vergadering van de Verenigde Naties (A/RES/217, 10 december 1948).

De Verklaring omschrijft om de basisrechten (grondrechten) van de mens. De verklaring wordt regelmatig gebruikt, bijvoorbeeld wanneer er een nieuw internationaal verdrag wordt opgesteld.

Artikel 1
Alle mensen worden vrij geboren en moeten op dezelfde manier worden behandeld.
Artikel 2
Ieder heeft recht op alle rechten, ongeacht of je jong of oud, man of vrouw bent, welke huidskleur je hebt, welke godsdienst je belijdt of welke taal je spreekt.
Artikel 3
Je hebt recht op leven in vrijheid en in veiligheid.
Artikel 4
Slavernij is verboden.
Artikel 5
Je mag niemand martelen.
Artikel 6
Je hebt recht op dezelfde bescherming als iedereen.
Artikel 7
De wet moet voor iedereen hetzelfde zijn; iedereen moet volgens de wet op dezelfde manier behandeld worden.
Artikel 8
Je hebt recht om hulp van een rechter te vragen, als je vindt dat je volgens de wetten van je land niet goed wordt behandeld.
Artikel 9
Niemand heeft het recht je zonder goede reden gevangen te zetten of het land uit te sturen.
Artikel 10
Als je terecht moet staan, moet dat in het openbaar gebeuren. De mensen die je berechten, mogen zich niet door anderen laten beïnvloeden.
Artikel 11 Je bent onschuldig tot je schuld bewezen is; je hebt het recht je te verdedigen tegen beschuldigingen.
Artikel 12 Je hebt het recht op privacy: op bescherming als iemand je lastig valt, je brieven opent of kwaad van je spreekt.
Artikel 13 Je hebt het recht om te gaan en te staan waar je wilt, in eigen land en in het buitenland.
Artikel 14 Als je slachtoffer wordt van mensenrechtenschendingen, heb je het recht om naar een ander land te gaan en dat land te vragen om jou te beschermen.
Artikel 15 Je hebt het recht een eigen nationaliteit te hebben.
Artikel 16 Je hebt het recht te trouwen en een gezin te stichten.
Artikel 17 Je hebt het recht op eigendom en niemand mag je bezittingen zonder goede redenen afnemen.
Artikel 18 Je hebt het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.
Artikel 19 Je hebt het recht op vrijheid van mening en meningsuiting.
Artikel 20 Je hebt het recht om te vergaderen als je dat wilt.
Artikel 21 Je hebt het recht om deel te nemen aan de politiek van je land.
Artikel 22 Je hebt het recht op maatschappelijke zekerheid en om jezelf te ontwikkelen.
Artikel 23 Je hebt het recht op werk in het beroep dat je zelf kiest. Je hebt ook recht op een
rechtvaardig loon voor je werk. Mannen en vrouwen moeten voor hetzelfde werk evenveel betaald krijgen.
Artikel 24 Je hebt het recht op vrije tijd en vakantie.
Artikel 25 Je hebt het recht op alles wat nodig is om ervoor te zorgen dat je niet ziek wordt, geen honger hebt en een dak boven je hoofd hebt. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand.
Artikel 26 Je hebt het recht op onderwijs dat gericht is op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Artikel 27 Je hebt het recht om te genieten van wat kunst en wetenschappen voortbrengen.
Artikel 28 De overheid moet ervoor zorgen dat er een "orde" is die al deze rechten beschermt.
Artikel 29 Je hebt ook plichten tegenover de mensen om je heen, zodat ook hun mensenrechten kunnen worden beschermd. De wetten in je land mogen niet ingaan tegen deze mensenrechten.
Artikel 30 Geen enkel land en geen enkel mens mag proberen om de rechten te vernietigen die in deze Verklaring staan.