ja_mageia

School voor wereldburgers

Burgerschapsvorming

Burgerschapsvorming krijgt een steeds belangrijker plaats in het onderwijs. Bezorgd als we zijn over verruwing en geweld, over onverdraagzaamheid en over het afbrokkelen van maatschappelijke samenhang heeft het onderwijs sinds 1 februari 2006 wettelijk de taak het ‘actief burgerschap en de sociale integratie’ van leerlingen te bevorderen. We willen met zijn allen dat leerlingen deel uitmaken van de gemeenschap en daaraan een actieve bijdrage leveren.
De basiswaarden in de burgerschapsvorming zijn vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid van mensen, begrip van wat voor de ander wezenlijk is, verdraagzaamheid, het afwijzen van discriminatie en een democratische houding. Burgerschapsvorming is niet een apart vak, maar onderdeel van verschillende vakken.
Wereldburgers

Mondialisering
De roep om burgerschapsvorming heeft veel te maken met de mondialisering. Minder dan ooit houdt onze gemeenschap op aan de landsgrenzen. De wereld speelt een grote invloed op ons dagelijks leven. Mensen komen vanuit de hele wereld naar hier en brengen hun gewoonten, opvattingen en religies mee. Nationale identiteiten staan onder druk. Handel is wereldomspannend,  net als nieuwsvoorziening , of milieuvraagstukken. Grote kwesties raken de hele wereld, het stof van de Twin Towers dwarrelt ook in Nederland neer. We hebben burgers nodig, zeker, maar het moeten wel wereldburgers zijn.

Wat zijn dat, wereldburgers?
WereldburgerWereldburgers zijn goed geïnformeerde én betrokken leerlingen, die zich willen en kunnen inzetten voor een rechtvaardige en duurzame mondiale samenleving. Wat ze nodig hebben is kennis van en begrip voor wat er speelt. Ze geloven dat ze, door te handelen, problemen kunnen oplossen, dat ze er toe doen. Ze weten hoe te handelen, hebben vaardigheden geleerd om in de eigen omgeving en de eigen situatie problemen te lijf te gaan. Ze gaan uit van de universele mensenrechten en waarderen zowel de culturele als de ecologische diversiteit op aarde.

De VN-Arena kan daarbij helpen
De vraag is natuurlijk hoe leerlingen wereldburgers worden. Hoe kan een school het mogelijk maken dat zijn leerlingen zich tot wereldburgers ontwikkelen? Wij denken dat de VN-Arena daarbij kan helpen. Noem een onderwerp met internationale dimensies en de Verenigde Naties spelen er een rol in. De Verenigde Naties zijn  opgericht om oorlogen te voorkomen, mensenrechten te borgen, verdraagzaamheid te bevorderen en welstand wereldwijd te verhogen. Doel en missie van de VN laten een grote overeenkomst zien met wereldburgerschap en dat maakt de VN en hun werkterrein tot een prima leeromgeving.

Opzet van de VN-Arena: géén VN-kunde

Hoe gaat dat er in de praktijk uitzien? Het werkterrein van de VN is enorm en veel te groot om helemaal te behandelen in de klas. Het wordt ook geen ‘VN-kunde’, geen apart vak. De VN-Arena wordt een leeromgeving waarin leerkrachten en leerlingen veel leerstofvervangend materiaal vinden dat aansluit bij relevante vakken. Anders gezegd, de leerkracht krijgt materiaal aangeboden waarmee hij/zij gewoon les kan geven, in welk vak dan ook, terwijl toch de aandacht uitgaat naar de VN en wereldburgerschap.
Als we naar de kerndoelen van het basisonderwijs kijken dan biedt de VN-Arena vooral mogelijkheden in de vakken Mens & Samenleving, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Natuur & Techniek, Levensbeschouwing en Kunstzinnige Oriëntatie. Het materiaal in de VN-Arena sluit nauw bij deze vakken aan.

Vijf + één
De variatie aan onderwerpen in de VN-Arena is groot. We hebben een onderverdeling gemaakt in vijf overkoepelende thema’s:
  • mondialisering en sociale en economische ongelijkheid,
  • cultuur, migratie en diversiteit,
  • duurzaamheid, natuur en milieu,
  • mensenrechten en democratie,
  • vrede en veiligheid.
Als in een matrix gaat daar een zesde terrein overheen:
  • informatie en lesmateriaal over de belangrijkste VN-organisaties.
Vaste structuur
De VN-Arena werkt met een vaste structuur, die telkens naar behoefte wordt ingevuld en wordt verrijkt met bronnenmateriaal. De structuur voor elk vak/leergebied ziet er als volgt uit:
1 - Introductie
o Korte inleiding;
o Een startactiviteit om de leerlingen op scherp te zetten;
o Een quiz/toets om te peilen wat de leerlingen al van de stof weten.

2 - Basisopdrachten: voor elk vak/leergebied 10 basisopdrachten die de leerlingen individueel of in tweetallen uitvoeren.

3 - Specialisatieopdrachten: verder worden er voor elk vak vijf specialisatieopdrachten geschreven, waarin elementen uit de basisstof worden uitgediept. Deze specialisatieopdrachten zijn groepsopdrachten en worden verdeeld over vijf groepjes in de klas. Elk groepje maakt één specialisatieopdracht.

4 - Presentatie: de resultaten van de specialisatieopdrachten zijn altijd concreet, tastbaar. De vijf resultaten worden aan het eind samengebracht in één presentatie. Daarmee wordt weer geprobeerd samenhang aan te brengen en laten de leerlingen elkaar zien wat ze gedaan hebben. Verder krijgen ze de gelegenheid om hun werk buiten de klas te laten zien. Denk aan medeleerlingen, ouders of schoolomgeving.

5 - Evaluatie: u bepaalt zelf of en hoe er geëvalueerd wordt, wij geven suggesties.

6 - Het Arsenaal: de wapenkamer voor de leerlingen. Naast de vaste onderdelen voor elk vak is dit   een voorziening voor alle vakken samen. Het Arsenaal is gevuld met praktische hulpmiddelen voor de leerlingen. In het Arsenaal vinden ze de wapens om de slag in de Arena te voeren: alles wat ze nodig hebben aan vaardigheden om de gegeven opdrachten uit te voeren. Het gaat om instructies als:
o  ‘hoe neem ik een interview af’,
o  ‘hoe maak je een goede poster’,
o  ‘leer en componeer een rap’,
o  ‘maak een videoclip’,
o  ‘hoe maken we een podcast’,
o  ‘organiseer een sponsorloop’, enzovoort.

De VN-Arena is flexibel in gebruik
U kunt er voor kiezen alle opdrachten voor een vak te gebruiken, of voor meer vakken, maar evengoed is het mogelijk enkele opdrachten te selecteren of alleen de eindopdracht met presentatie te doen. Zo kan de aangeboden stof een deel van de standaard leerstof vervangen.

Niet alleen maar achter een beeldscherm
Al het materiaal is behalve digitaal zo mogelijk ook beschikbaar op papier. U kunt werkbladen, opdrachten, bronnen, enzovoort, met een druk op de knop uit de printer laten rollen. Leerlingen zijn dus niet voortdurend gebonden aan een beeldscherm. Het spreekt voor zich dat een deel van het bronnenmateriaal zich niet laat afdrukken: filmpjes, animaties, geluiden, etc. geven een meerwaarde aan het bronnenmateriaal. Het maakt wel een mix mogelijk van papier en beeldscherm waardoor het materiaal naar keus kan worden ingezet.