|
|
|
| Het Nederlandse stabiliteitsfonds |
|
|
|
|
In oktober 2003 reizen de (toenmalige) minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer en Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne naar Afrika. Daar bezoeken ze het Grote-Merengebied (Burundi, Rwanda, Oeganda en de Democratische Republiek van Kongo (DRC)) en de Hoorn van Afrika (Ethiopië en Eritrea). Beide gebieden zijn al jaren politiek instabiel, waarbij de regeringslegers en rebellengroeperingen elkaar constant te lijf gaan. Er zijn grote hoeveelheden kleine wapens in omloop. De burgerbevolking heeft te lijden onder armoede en onveiligheid.
Van Ardennen en De Hoop Scheffer concluderen dat Nederland moet bijdragen aan de stabiliteit in de gebieden. Ze denken aan een samenwerkende inzet van militaire middelen en middelen voor ontwikkeling. De onderliggende gedachte is dat conflicten vaak voortkomen uit armoede en gebrek aan ontwikkelingsmogelijkheden (in de casestudy over de Karamojong in Oeganda op werkblad 4 van de lesbrief over Kleine Wapens kun je lezen hoe armoede het wapengeweld in de hand werkt). Ontwikkelingsprojecten kunnen helpen de armoede te bestrijden, maar gedijen niet in gebieden waar gewelddadige conflicten woeden. Militaire inzet is nodig om de veiligheid van projectwerkers en de lokale bevolking te garanderen.
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Mevrouw Agnes Van Ardenne:
“Als straks de vrede wordt getekend in Soedan, dan zal er ook een waarnemingsmissie moeten komen. Ik zou het dan plezierig vinden als Nederland daar ook een bijdrage aan zou leveren, omdat we zoveel commitment hebben met het land. Militairen, misschien ook militairen buiten dienst, die als militair hebben gediend. Dat geldt ook voor andere delen van Afrika. We hebben expertise nodig als het gaat om veiligheid. Veiligheid is nodig als je bezig bent met ontwikkeling.”(Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken, dienst Ontwikkelingssamenwerking)
Een praktijkvoorbeeld van de combinatie van militaire inzet en hulp aan de bevolking geven de vredesmissies in Irak. Daar delen de militairen water uit, ontmijnen het land, trainen een nieuw lokaal politie-apparaat en bouwen een school.
Deze soldaat helpt mee om
een school voor blinden na een plundering weer op te ruimen. In 2003 dienen de beide ministers een voorstel in voor het stabiliteitsfonds voor activiteiten ‘op het snijvlak van militair en ontwikkelingssamenwerking’. Dit fonds voor vredesopbouw start met 64 miljoen euro die door de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking worden opgebracht. Het fonds dient om activiteiten te financieren die vrede, veiligheid en stabiliteit in conflictgebieden bevorderen. Al bestaande fondsen, zoals het Kleine Wapenfonds, het Vredesfonds, het Ontmijningsfonds en fondsen voor vredesopbouw en vredesdialogen worden in het stabiliteitsfonds opgenomen. Daarmee worden verschillende hulpinstrumenten samengebracht in ‘één goed gevulde gereedschapskist’. Die samenwerkende inzet roept echter ook een aantal vragen op:
Het stabiliteitsfonds combineert militaire
inzet en ontwikkelingssamenwerking. Maar wat houdt de militaire inzet precies in? Worden soldaten ontwikkelingswerkers? Kun je dictators verwijderen door middel van ontwikkelingshulp? Kun je de samenleving met een geweer opbouwen? Het stabiliteitsfonds is in januari 2004 ingegaan. Het zal over twee jaar worden geëvalueerd. |