Sociale wetten zijn wetten die als doel hebben om de zwakkeren in de samenleving te steunen: jongeren die nog moeten leren, zieken, mensen zonder werk en ouderen met een pensioen. De wereldbevolking wordt snel ouder. Naar schatting zijn er al meer dan 700 miljoen zestigplussers in de wereld. Dat aantal zal tegen 2050 verdrievoudigen tot bijna 2 miljard.
Volgens Somnath Chatterji van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zal de vergrijzing zowel rijke als arme landen treffen, maar zijn de situaties verschillend. "De ontwikkelingslanden staan voor een unieke uitdaging", aldus Chatterji. "Zij zullen sneller ouder worden dan dat ze rijker worden. In de ontwikkelingslanden zien we vandaag al dat veel senioren aan het werk blijven uit noodzaak, omdat ze geen pensioen krijgen."
Mijnheer Siprian in Tanzania is 70 jaar en zorgt nog dagelijks voor zijn (klein)kinderen. Hij is dagloner en heeft geen pensioen.
Je zou zeggen: de ontwikkelingslanden moeten snel een pensioensysteem opzetten om te voorkomen dat ouderen in armoede vervallen. Toch ligt de invoering van een pensioenleeftijd in de meeste ontwikkelingslanden niet voor de hand, vindt Chatterji. Werk biedt ouderen daar betere sociale bescherming biedt dan een (laag) pensioen.
Ook in het rijke westen vormen de pensioenen een steeds groter probleem. Er komen straks simpelweg te veel ouderen en blijven te weinig werkende mensen over om al die pensioenen te blijven betalen. Een oplossing zou geleidelijke pensioenering kunnen zijn. "Geleidelijke pensionering houdt in dat pensioengerechtigde senioren hun werk kunnen behouden, maar minder uren hoeven te werken. Tegelijk kan het bedrijf beroep blijven doen op hun ervaring", zegt Graham Schmidt, vice-voorzitter van EFI Actuaries in New York, een firma van verzekeringsexperts die gespecialiseerd is in pensioenen. Mindere populaire ideeën zijn het besparen op medische voordelen voor senioren, zodat ze langer aan het werk blijven, en het optrekken van de pensioenleeftijd bij het aannemen van nieuwe werknemers. Pensioenen zijn leuk en prachtig, maar die bouw je alleen op als je werk hebt. En stijgende werkloosheid is een van de voornaamste gevolgen van de crisis in 2009. In Zuid-Azië staan massaal veel banen op de tocht in arbeidsintensieve sectoren als textiel, in Afrika verdwijnen heel wat officiële banen nu er de komende jaren minder gebouwd zal worden, in Latijns-Amerika komen de verworvenheden van de voorbije jaren zoals hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden onder druk, en zelfs in China werden honderden bedrijven gesloten – zelfs computergigant Lenovo moest 10% van zijn banen schrappen nu het bedrijf zijn winst midden vorig jaar met 78% zag kelderen.
Deze jonge arbeiders krijgen praktijkles van oudere werknemers in Kenia
Ondertussen zorgt Rusland steeds beter voor werkloze landgenoten. Begin januari 2009 ondertekende president Dmitri Medvedev een wet die de steun aan ontslagen Russen optrekt. De regering mag ook meer geld uitgeven om werknemers die overbodig dreigen te worden, te herscholen of te helpen naar een andere regio te verhuizen. Niet alleen werkloosheid kan tot armoede leiden, maar ook ziekten. Afrika bijvoorbeeld zal nooit uit de armoede losraken als 'stille epidemieën' zoals kinder- en moedersterfte niet aangepakt worden. De Afrikaanse gezondheidssystemen staan ook onder druk door het veelvuldig voorkomen van levensbedreigende besmettelijke ziekten als aids. Daarnaast neemt het aantal niet-besmettelijke ziekten ook toe, zoals een verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten. Maar ook kinderziektes als mazelen kunnen dodelijk zijn als ze niet goed aangepakt worden. Een een verzekering voor ziektekosten (medicijnen, ziekenhuisopname) kennen de meeste ontwikkelingslanden niet.
De millenniumdoelen van de VN, die zijn opgesteld om de armoede in de wereld terug te dringen, zullen niet worden gehaald tenzij de rijke landen de ontwikkelingslanden meer helpen en de ontwikkelingshulp opschroeven. In 2015 moeten honger, aids en andere ziekten zijn aangepakt, terwijl drinkwater, onderwijs en gezondheidszorg toegankelijker moeten worden. Maar halverwege de looptijd van het millenniumproject (2000-2015) is het oordeel voor sommige landen negatief. Vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara blijft de toestand slecht. Terwijl de situatie in Azië verbetert, moet in Afrika nog steeds 40 % van de bevolking rondkomen van minder dan $ 1 per dag, het bestaansminimum dat door de Verenigde Naties is vastgesteld.
|